Gelezen op 1 november jl. via de Correspondent; een artikel van Vera Mulder over de beelden die er leven over arme mensen. Delen uit het artikel vind je hieronder, het hele artikel vind je op de site van De Correspondent.

We leven in het rijkste deel van de wereld, waar iedereen alles kan worden – als je maar hard genoeg je best doet. Dat heb je blijkbaar niet gedaan en vervolgens wil je hulp. Van instanties, van de overheid. Logisch toch, dat die dan alles van je willen weten? Voor wat hoort wat. En daarbij: wat nou als je doet alsóf je arm bent, om zo misbruik te maken van overheidsgeld en andere hulp? Zolang je zelf niet arm bent, kun je rustig blijven geloven in het beeld dat jíj er hard voor hebt gewerkt en zíj niet. Je ontkent ermee dat armoede een collectief probleem is.
(Opm. Elly: het gevolg van beleidsbeslissingen door politici die zich verschuilen achter hun kiezers!)

Amerikaans antropoloog Khiara M. Bridges kijkt naar de manier waarop Amerika omgaat met zijn armen, om te zien hoe zo’n houding uiteindelijk leidt tot ontmenselijking. Uit haar onderzoek blijkt, kort gezegd: ben je arm en zwanger in Amerika en tijdens je zwangerschap afhankelijk van overheidshulp, dan wroet de overheid in de intiemste aspecten van je leven.

Bridges heeft in haar werk in het bijzonder aandacht voor vrouwen van kleur, want armoede en racisme zijn volgens de antropoloog niet los van elkaar te zien. ‘Het is een vicieuze cirkel: de perceptie is dat arme mensen vaak gekleurd zijn. En racistische denkbeelden zeggen dat mensen van kleur lui en dom zijn, waardoor ze slechter worden behandeld en ze arm blijven.’

‘Verbetering komt wanneer mensen beseffen dat iederéén arm kan worden. Dat arm zijn geen gevolg is van een zwak moreel kompas of een gebrek aan doorzettingsvermogen, maar van dingen die groter zijn dan jezelf.

Die andere manier begint volgens Bridges bij het scheppen van een nieuw beeld van armoede. Armoede heeft een identiteit nodig. ‘Alleen via een gedeelde identiteit kunnen we massa’s op de been brengen. Je kunt trots zijn op je vrouw-zijn, op je zwart-zijn, op je lhbtqia-identiteit. We moeten zorgen dat armoede ook een deel van je identiteit mag zijn – dat je er trots op mag zijn.’

‘Gay zijn werd ooit ook gezien als afwijkend, geestesziek. Die “pride” kwam later, toen het idee van dat “afwijkende gedrag” ter discussie werd gesteld. Op eenzelfde manier kunnen we vechten voor “poor pride”. Arme mensen zijn ontzettend veerkrachtig. Ze kunnen toveren met niks. Ze zijn vindingrijk, vooral arme ouders. Als we dat gaan erkennen en beseffen hoe uitzonderlijk het is als je kunt overleven als arme in Amerika, het land van individualisme en slecht gereguleerd kapitalisme, dan kunnen we die trots vormgeven.’

Poor pride. Volgens Bridges is er al een duidelijke manier waarop die ontstaat: door hiphop. ‘Als je de waarheid vertelt over je buurt, je gemeenschap, je situatie, dan is dat altijd waardevol. Ook als je geen Biggie (the notorious B.I.G. was een grote hiphop artiest in de jaren 90) bent. Bijvoorbeeld zodat je je niet meer schaamt voor je “afwijkende” buurt, omdat er mensen drugs dealen op de hoek, of omdat overal vuilnis ligt.

 

Arme mensen zijn vindingrijk en veerkrachtig. Tijd voor ‘poor pride’, zegt deze antropoloog

Premium artikel de Correspondent, derhalve niet geheel toegankelijk