Tegenwoordig is het gebruikelijk als iemand thuisbegeleiding wil ontvangen, dat er dan eerst een keukentafelgesprek plaatsvindt. Tijdens dit gesprek wordt er door de Wmo consulent gekeken wat er nodig is, wat iemand nog zelf kan en waar het netwerk bij kan ondersteunen. Op dit gesprek willen we mensen goed voorbereiden, zodat ze uiteindelijk de hulp krijgen die ze nodig hebben.

Meneer H. gaat na lange tijd van buiten slapen zelfstandig wonen. Om er voor te zorgen dat hij goed kan wennen aan de dit nieuwe leven, zijn huis netjes houd en geen opvang voor andere daklozen start, stellen we thuisbegeleiding voor.

Meneer is zelf van mening dat dit niet nodig is want hij doet al 50 jaar alles zelf. Maar om ons een plezier te doen, heeft hij besloten dat er iemand bij hem thuis mag komen. Om het keukentafelgesprek voor te bereiden, probeer ik in een voorgesprek dezelfde vragen te stellen als de WMO consulent zal doen aan de keukentafel: heb je een netwerk, wat kan je zelf, waar heb je hulp bij nodig?

Meneer praat vrolijk over zijn zoons en zijn neef in Maastricht, daar gaat hij eerdaags op bezoek. Hij kan alles zelf en heeft eigenlijk helemaal geen hulp nodig. Als ik vraag naar zijn neef in Maastricht zegt hij “hem nog nooit gezien, maar dat zit wel goed”.

Ik vertel dat hij met deze antwoorden geen thuisbegeleiding krijgt en hij dit wel nodig heeft om zijn woning te houden. Hij kijkt mij aan met een verveelde blik en zegt: maak jij je daar nou me heeeeeeeelemaal geen zorgen over….