Door omstandigheden raakte Mees ineens dakloos. Vorig jaar sliep ze een week in de Zeeheldentuin. De steun van buurtbewoners hielp haar door deze moeilijke periode. Nu probeert zijzelf een steun voor andere daklozen te zijn.

Mees is een tengere vrouw met een heldere blik. Ooit woonde ze in een chique buurt in Amsterdam, maar door relatieproblemen kon ze niet meer thuis wonen. Haar man blokkeerde vervolgens haar rekening en zo had Mees ineens geen huis en geen geld meer. “Het eerste wat je voelt is paniek. Wat overkomt me in hemelsnaam?” In de Zeeheldentuin vond ze rust tussen de bomen. “Het is hier een heerlijke plek om weer even te aarden.”

“Het viel buurtbewoners natuurlijk op dat ik hier zat. Sommigen belden de politie, maar anderen kwamen naar me toe en vroegen of ze konden helpen of ze gaven wat te eten.”

De eerste dagen had ze echter het meest behoefte aan rust na alle toestanden die tot haar dakloosheid hadden geleid.

Precieze cijfers zijn er niet, maar er leven bij elkaar honderden dak- en thuislozen in de centrumwijken van Den Haag. Uit onderzoek van de Haagse Rekenkamer van begin dit jaar blijkt dat dè dakloze niet bestaat. De Rekenkamer spreekt van een “zeer diverse groep met sterk uiteenlopende problemen.” De standaard aanpak van de gemeente sluit volgens dit onderzoek daarom niet goed bij de bij de situatie van mensen aan.

Mees heeft dit ook ervaren.

“Er wordt te weinig naar het verhaal van mensen gekeken en teveel naar de regeltjes. Niet alleen bij de gemeente, maar ook bij de woningcorporaties en zelfs bij de nachtopvang. De meesten willen helemaal niet dakloos zijn. Maar als je ineens je inkomen of uitkering kwijtraakt en je krijgt een huurachterstand, dan is het zo gebeurd. En kom er dan maar weer eens uit als je geen plek voor jezelf hebt.”

Volgens Mees hebben de meeste dak- en thuislozen “een administratief probleem”. Ze liep zelf ook vast in de regels. Om weer bij haar bankrekening te kunnen, had ze een identiteitsbewijs nodig maar de gemeente kon haar dat niet geven, omdat ze hier niet ingeschreven stond. Door de bank details over haar betaalrekening te vertellen, kon ze de bank overtuigen dat het haar rekening was en zo kreeg ze weer toegang tot haar geld. Na een week in de Zeeheldentuin, kon ze een bed in een hostel betalen. “Wat heerlijk is het dan om in een bed te slapen.”

Maar een inkomen had ze niet en een uitkering kreeg ze niet. Een hostel is dan een dure voorziening. Inmiddels krijgt ze een beetje alimentatie van haar ex-man en sinds maart zit ze tijdelijk in een kamer van een reizende student. Ze heeft na bijna een jaar nog steeds geen eigen huis, maar ze is hier al erg blij mee.

“Wat een verademing om een eigen plek te hebben. Op straat leven is doodvermoeiend. Hier kan ik eindelijk tot rust komen.”

Inmiddels zet Mees zich nu zelf in om haar Haagse lotgenoten te helpen. Ze heeft jaren in de zorg gewerkt “en dat gaat toch niet uit je bloed”. Mees haalt dagelijks bij de bakker en biologische supermarkten etenswaar op dat niet meer verkocht kan worden. Ze probeert vooral gezond voedsel te pakken te krijgen wat mensen direct kunnen eten.

Door haar contacten met de Zeeheldentuin, heeft ze daar nu een kleine plek gekregen om het verzamelde eten op te slaan. Een buurtbewoner uit het wooncomplex in de Zeeheldentuin houdt een oogje in het zeil dat er geen vreemden bij komen. Vanuit de tuin brengt ze het naar plekken waar daklozen samenkomen, zoals in de Wagenstraat en bij de soepbus om het daar te verdelen.

Met Mees gaat het naar eigen zeggen nu goed.

“Ik heb nu een netwerk van fijne mensen om me heen. Dat voelt veilig. Er zo doorheen vallen als toen zal me nu niet snel meer gebeuren.”

Dit artikel is verschenen in juni 2018 in de gedrukte versie van het ZeeheldenNieuws.
Dé krant van het Zeeheldenkwartier in Den Haag
Website: www.zeeheldennieuws.nl